Nederlandse militairen: liever pafferig dan op missie #column #MWNW

Tonderdag

Het is weer TONderdag op MoetenWeNietWillen.

Dus column Ton Broekhuisen. Lees en huiver!

Nederlandse militairen koesteren alibi voor couveusebestaan

Niets in dit land is nog wat het zou moeten zijn. Banken zorgen alleen voor zichzelf. Makelaar is een scheldwoord. En onze regering heeft de ruggengraat van een zeepaardje. Anders laat je je niet manipuleren door splinterstofnestjes. En pratende handleidingen als Arie Slob en Cees van der Staaij.

Ook de politie loopt voortdurend achter alle feiten aan. Waardoor Frits Sissing en zijn frêle sidekick Anniko van Santen elke dinsdagavond aan de bak moeten om politiezaken op te lossen. De politie is zelfs nog te beroerd om een behoorlijk signalement te formuleren: de vermoedelijke dader is vermoedelijk een man. Of een vrouw. Met een gemiddelde lengte en gemiddeld gewicht. Al staat dat niet helemaal vast. Leeftijd: vermoedelijk tussen de 19 en 83 jaar. Vermoedelijk droeg deze vermoedelijke dader een bivakmuts. Waarschijnlijk op zijn of haar hoofd. Tatoeages zijn niet uitgesloten. Maar vast staat dat niet. Vermoedelijk heeft de vermoedelijke dader het niets vermoedende slachtoffer verrast in zijn slaap. Al zijn andere verklaringen vermoedelijk mogelijk.

Lee Towers
Gelukkig, dacht ik altijd, kunnen we nog wel rekenen op ons leger. Jongens en meisjes van stavast. Vechtmachines die tot ver over onze landsgrenzen opkomen voor de zwakkeren. Rambo’s die staan te trappelen om op missie te worden gestuurd. Badr Hari’s die vijandige kogels lachend opvangen tussen hun tanden. En fluitend kegelen met bermbommen. Militairen zijn immers zowel fysiek als mentaal van staal. Dacht ik. Natuurlijk kijken ook zij liever thuis met hun geliefde naar vrolijk knapperend houtvuur. Met een goed glas wijn in de hand. En een cd van Lee Towers binnen handbereik. Om dat glas op te zetten. Maar zodra de plicht roept, vliegen deze bikkels uit. Naar welke brandhaard de missie ze ook voert. Dacht ik altijd.

Alibi
Zelfs nog toen ik las dat er vorig jaar 3.300 van de in totaal 43.000 Nederlandse militairen zijn gezakt voor de jaarlijkse conditietest bleef ik vertrouwen houden. In mijn optimisme ging ik er vanuit dat er dan dus nog 39.700 fitte militairen zouden resteren. Hoe kon ik weten dat er ook nog eens 15.500 militairen waren die deze conditietest aan zich voorbij lieten gaan? Omdat de hond griep had. Het tuinhek knelde. Of de oppas zich had afgemeld. Opgeteld heeft dus bijna de helft van al onze militairen een geldig alibi. Om niet op missie te hoeven.

Hoop
Nu hoor ik alle 14 lezers van deze column (ik heb een redelijk grote familie) brommen: Slappe Hap. Tot deze lezers zou ik willen zeggen: houd nog wat kruit droog. Want het wordt nog erger. Slechts 30 van de 82 hoogste militaire voorbeeldfiguren beschikken over de voor een missie vereiste basisconditie. Dus vestigde ik mijn laatste beetje hoop op generaal Tom Middendorp.

Wennen
Tom zou de flutmentaliteit van zijn manschappen natuurlijk in de scherpst mogelijke bewoordingen afkeuren. Dacht ik. In plaats hiervan nam Tom het echter frontaal op voor de slapjanussen die hem omringen. Tom: ‘Veel van mijn militairen moeten er nog aan wennen dat de conditietest jaarlijks moet worden afgelegd.’ Om het nog lachwekkender te maken, voegde hij er aan toe: ‘Over de voor de sporttest gezakte militairen hoeft niemand zich zorgen te maken. Ze zijn wel degelijk fit.’

Nog een jaartje en dit land wordt opgedoekt. Wegens chronisch gebrek aan voorbeeldfiguren. En drive. Fijne Valentijnsdag!

Ton Broekhuisen

 

 

Reacties zijn gesloten.