Ook het allerbeste paard van stal gaat ooit op stal

"Tegen wie moeten we. En met z'n hoevelen zijn ze?"

Roem is vergankelijk. Ook in de sport. Vaak wordt het niet eens tegen je gezegd dat je tijd erop zit. Maar de signalen zijn er niet minder duidelijk om.

Nadagen
In mijn nadagen als voetballer (vanaf mijn zeventiende) werd me doorlopend duidelijk gemaakt dat het elftal beter af was zonder mij.

Openingszin
Achteraf gezien heeft mijn vaste openingszin me wellicht parten gespeeld: “Tegen wie moeten we vandaag? En met z’n hoevelen zijn ze?”

Antwoordbandje
Speelde mijn elftal een thuiswedstrijd, dan meldde ik me als enige bij de tegenstander op het complex. Het antwoordbandje van mijn aanvoerder kan ik nog dromen: “‘Dit is het antwoordapparaat van Fred de Wit, aanvoerder van Jodan Boys 24. Hoi Ton. Misverstand. Volgende week beter. Piep.”

Wakker
Ook van de woorden “Ton, test jij de douches weer. Dan spelen wij dat wedstrijdje vast. En zet even twee kratjes bier klaar. Kanjer” lig ik nog vaak wakker.

Doemscenario
Zelfs de b├ęste en trouwste paarden van stal wacht dit roemloze scenario.

Reacties zijn gesloten.